De groeten!

Waarom groeten mensen elkaar?

Omdat je met elkaar bevriend bent, omdat je wilt dat die ander erbij hoort – bij jou…, zoiets.

En fietsers dan, hoe groeten die elkaar?

Mijn meest bizarre ontmoeting in dit verband speelde zich af gedurende de laatste kilometers op een Alpencol. 

Vriendin fietste een stuk achter mij. Ik werd aangemoedigd door een afdalende fietser. Op verdachte wijze ging daarbij zijn rechterhand schuin omhoog.

Boven op de top wachtte ik op de komst van mijn gezelschap.

“Zag je die gek nog naar beneden suizen?”

Zij, nog nahijgend van de zware klim: “Hè? Ik kwam er een tegen die zijn geslacht naar buiten gooide!”

Ik schrok: “Wat? Had ie zo’n rood shirtje aan”?

Zij, zeer geëmotioneerd: “Ja, hoezo, waarom vraag je dat? Gatverdamme, wat een viezerik!”

“Nou, hij groette mij ook nogal vreemd”. En ik demonstreerde haar het nazistisch gebaar.

“Noem je dat groeten?”, sprak mijn vriendin verwijtend.

Ik vroeg haar maar niet of deze exhibitionist een zelfde hoek hanteerde als bij mijn saluut…

 

De ene groet is de andere niet.

Veel fietsers weten dat het een kwestie van overleven is in de jungle die tegenwoordig ‘verkeer’ heet.

Je groet elkander dan, omdat je de ander een hart onder de riem wilt steken: hou vol (“Hoi” is ook een verbastering van “Houd je (goed)”).

Tussen underdogs (fietsers dus) bestaat in het algemeen meer solidariteit dan tussen de upperdogs. Heeft u ooit automobilisten elkaar zien groeten? Een hartelijke toeter: zelden. Nee, wat daar schering en inslag is, is de opgestoken middelvinger, het korte lontje. 

Er zal een (negatieve) correlatie bestaan tussen drukte en begroetingsgedrag, want ooit reed ik – ja, ook ik, ooit – in een auto over de loneliest highway in de Amerikaanse staat Nevada. Van ver zagen we een tegemoetkomend licht(je). Het duurde nog zeker een kwartier voordat het licht ons kruiste: een auto. De bestuurder daarvan stopte en stapte uit  –  om ons te begroeten. “Hi guys, whe’re you from?” Het kan dus ook bij deze soort.

 

Wij fietsers zien elkaar dus graag. Of is dat een te romantisch beeld? Afgelopen week viel me weer eens op hoeveel scholieren tegenwoordig telefonerend op hun fiets zitten. Mobiel ja, inderdaad! Het gevolg is een en al aandacht voor de persoon aan de lijn, en minder aandacht voor verkeer, laat staan de collega-fietser op de weg. Niet dat ik nu speciaal tot de vriendenkring van het schoolgaande publiek behoor, maar het voordeel van fietsen boven autorijden is toch ook dat je met je zintuigen midden in de wereld staat. Dat je daadwerkelijk hoort en voelt wat er om je heen gebeurt. De automobilist daarentegen (weer hij als contrast…) verschanst zich achter zijn blik.

 

Fietsers onder elkaar, hoe staat het met hun omgangstaal? Ik ben toch wat pessimistischer geworden. Ook in dit veld slaan de drukte en de verdringing op de weg genadeloos toe. Als de soort in de verdrukking komt bijt ie venijnig van zich af. Homo homini lupus. De enkele keer dat ik voorzichtig naar voren schuifel bij een druk verkeerslicht krijg ik ook wel eens een snibbige blik of een snauw toegeworpen.

Ik denk ook aan de steeds populairder wordende pelotonnetjes met racerecreanten.  Daar wordt ook wat afgevloekt, op de smalle dijkjes in de Ooijpolder bijvoorbeeld.

Toen ik nog in het Westen des Lands woonde was er reeds hevige concurrentie op de fietspaden door de duinen. Met name op de eerste zomerse dagen was het daar vaak oorlog.

Welke waarden en normen hanteerden de snelheidsduivels dan?

“Passs… d’r op!” (behoedzaam)

“Hela hola” (jolig)

“Hé joh, oprotten” (lomp)

 

Het kan ook anders. Afgelopen zomer fietste ik onbekommerd het Duitse achterland in. Vlakbij Kranenburg kwam er weer eens een kudde racefietsers aangestormd. Geen probleem, de voorganger van het klupje waarschuwde tijdig en de rest hield keurig zijn eigen rijvak aan. Geen vuiltje aan de lucht. Ik dacht al weer bijna de hele weg voor mezelf te kunnen opeisen, toen er een “Hee, Marc” van achteruit terug werd geslingerd. Ik keek nog om, maar de geel-groene bende was reeds achter het hoog opgebloeide koren verdwenen. Hmmm, die stem kon ik niet thuis brengen, ook niet gedurende het vervolg van mijn toertochtje.

Pas weken later bij een toevallige ontmoeting ontdekte ik wie de zender was: “Hoorde je mij niet dan?”

“Jawel, maar niet als je schuil gaat in zo’n anoniem gezelschap”.

Groeten gaat dus één-op-één, meestal.

 

Van mij krijgt u – fietsers onder mekaar  – nu in ieder geval de hartelijke groeten.