De mythe van de 7 heuvels

Aanstaande zaterdag strijkt mijn geliefde Giro neer in mijn geliefde Nijmegen. Con amore.


Alvorens de kroniek van de aangekondigde massasprint op de Oranjesingel te ondergaan, doet het peloton een graai in de heuvelzones waarmee de omgeving van Nijmegen rijk bezaaid is.


Op pakweg 50 kilometer wordt daarbij ook de Zevenheuvelenweg aangedaan, een verbindingsweg tussen Groesbeek en Berg en Dal.


Zeven heuvels, dat klinkt magisch, mythisch wellicht. De niet-ingewijde stelt zich een batterij aan hellingen voor, een opgeblazen uitgave van die BMX-stukjes in de cyclocross. Niets van dat alles, zo weet ik uit eigen (fiets)ervaring. Allereerst dat BMX-cross beeld, dat doet geen recht aan de schoonheid van dit landschap. En bedenk dat de heuvels verspreid liggen over een afstand van bijna 5 kilometers. Dan de zwaarte, die valt helaas voor het magische beeld reuze mee, en dan spreek ik namens mijn professionele vakgenoten.


Twee keer vond er een nationaal kampioenschap wielrennen plaats op dit circuit. Winnaars respectievelijk Jans Koerts en Stefan van Dijk, gepatenteerde spurtbommen, waarmee een indicatie van de zwaarte van deze weg is gegeven. Voor mij eenvoudige sterveling is op deze weg de schakeling naar een lichter kamwiel een aangename reddingsboei, bij de profs blijft de ketting ongetwijfeld strak op de grote plaat, het kleine voorblad maagdelijk schoon. Ik vermoed dat vele handjes op het stuur geparkeerd blijven, en dat veel renners er lustig op los blijven keuvelen. Niks ademnood, niks scherprechters.


Wat mij nu echter intrigeert is de naamgeving. Er zou sprake zijn van zeven hobbels in het parcours. Vaker als ik daar train raak ik de tel kwijt, of interesseert het mij gewoon niet. Toch wil ik het nu eindelijk eens weten. Speciaal voor de Giro ga ik de proef op de som nemen. Vertrekpunt: de kom van Groesbeek. Het straatnaambordje Zevenheuvelenweg staat iets westelijker. De renners nemen niet dat officiële beginstuk, maar rijden door het publicitair aantrekkelijkere centrum, en nemen daar een min of meer parallelle weg naar boven. Bij de passage over een slootje, het nietige riviertje de Groesbeek (inderdaad), zet ik mijn kilometerteller op 0. Naar boven langs café De Oude Molen, naar links draaien, en even later komt de route alsnog op de officiële Zevenheuvelenweg.


Heuvel 1, na 0,78 km.


Dan een afdaling waarbij het glooiende heuvellandschap zich in volle glorie openbaart. Het fietspad kent een chicane, waardoor de snelheid met opzet geremd moet worden. Dan volgt er een eigenlijk niet-noemenswaardig stukje klimmen, maar het gaat ontegenzeggelijk naar boven, zo zijn de criteria voor ‘omhoog’ en ‘omlaag’ nu eenmaal.


Heuvel 2, na 1,75 km.


Haakse bocht naar links, de weg daalt nauwelijks, het lijkt eerder de aanloop naar het volgende stuk van een tweetrapsraket. In mijn beleving is dit het steilste (lees: zwaarste) stukkie van de weg. Ik klauter naar boven langs wat uitnodigende picknick-bankjes. We passeren de kruising waar de renners van de jaarlijkse Zevenheuvelenloop op het parcours van de fietscoureurs komen. De Zevenheuvelenweg is vooral bekend onder het lopersgilde. Genoemde wedstrijd heeft er niet voor niets zijn naam van afgeleid. De hardloopwedstrijd is qua aantal deelnemers het grootste evenement voor deze middenafstand ter wereld. Daarmee is zonder meer bijgedragen aan de mythe van deze weg, ook voor het tweewieler-peloton. Opvallend is dan wel dat de lopers een korter deel van de Zevenheuvelenweg afleggen. Deze klim gaat desalniettemin nog even kort door.


Heuvel 3, na 2,35 km.


Boven langs de Canadese militaire erebegraafplaats gaat het, waar slachtoffers van de Operatie Veritable in WOII liggen. Over de graven heen ontluikt een panoramisch uitzicht op het Reichswald, hopelijk hebben de renners daar ook oog voor. Bergie af, en bergie op.


Heuvel 4, na 3,15 km.


Ongeveer aan het eind van het afdalinkje passeer ik De Rode Loper, de stèle voor dat (andere) grote sportevenement. Berg en Dal nadert, maar eerst nog een venijnig ‘kaske’, zouden de Vlamingen zeggen. Mijn fietspad komt zelfs iets hoger dan hun reguliere weg.


Heuvel 5, na 4,18 km.


Dan de laatste ruk naar Berg en Dal, de afslag naar het Afrikamuseum overstekend, een klim die zelfs voor mij niet veel voorstelt, maar de gradiënt is onverbiddelijk: we naderen weer een top(je).


Heuvel 6, na 4,87 km.


En dan zijn we in Berg en Dal. De teller stokt bij 6, wat is dat? Heb ik onderweg iets gemist? Een heuvel gepasseerd die zo nietig is, of eentje door mijn spieren gereduceerd tot bagatel? Nee, ik vertrouw mijn waarnemingen. Nauwkeurig, met mathematische precisie over negatieve en positieve gradiënten. De 7 heuvels zijn een mythe.


Het boekje Bergop in Nederland van Berkers en Snijders neemt de Zevenheuvelenweg ook op in hun lijst van “de 50 leukste beklimmingen” in Nederland. Ze geven tevens een profiel van de weg. Mijn waarneming klopt met die van hun, met dien verstande dat zij de aanvangshelling niet opnemen.


De kans is groot dat de naamgeving historisch te herleiden is naar een periode nog vóór de tijd dat de bevolking met paard en wagen van dorp naar dorp trok. De naamgevers lieten zich daarbij – zo denk ik - inspireren door de geologische structuur van het landschap. Of ze goed konden tellen, of er drank in het spel was, of 7 beter klinkt dan 6? Geen idee, ik zou nog eens een duik in de stadsarchieven van Groesbeek kunnen nemen.


Het zal de Giro-coureurs ook worst zijn. In Berg-en-Dal slaat het peloton bij pretpark Tivoli rechtsaf, de Holdeurn af, zoals de helling hier in de wielervolksmond heet. De Giro snijdt dan zowaar nog een stukje door Duitsland, een ander buitenland, en draait in het dorpje Wyler linksaf terug naar Nederland. In het pittoreske Beek over de Rijksstraatweg en dan bij het gebouw van de voormalige Nijmeegsche Tramweg-Maatschappij scherp links terugdraaien naar boven, de Van Randwijckweg op, de eerste officiële klim in deze Giro gehomologeerd voor de bergprijs. Daarboven zal er naar alle waarschijnlijkheid gesprint worden door ‘de vluchters van de dag’ voor de eerste bergtrui, ik roep: Maarten Tjallingii. Berkers & Snijders noteren voor de laatste hectometers resp. 9,6 en 9,3%.


Een vraag komt bij mij op: is die Van Randwijckweg dan de 7e heuvel? Het zou kunnen, zoals die megalomane Italianen wel vaker een loopje met de waarheid nemen.
Mag het? Si non è vero, è bene trovato.

Marc Peeters
3 mei 2016




Interview in De Brug Nijmegen La Gazetta dello Giro, 4 mei 2016