In de hal van de bergkoning1: 6 redenen om niet of juist wel te gaan fietsen in NoorwegenNoorwegen is het land van fjorden, hoogvlaktes, diepe ravijnen, klaterende watervallen, idyllisch gelegen bergboerderijen, maar ook van trollen, nymfen, sagen en ooit Vikingen.Maar is het ook een fietsland? Daarover wordt verschillend gedacht. Hieronder een beschouwing over pro’s en contra’s, gebaseerd op ervaringen van een eigen recente trip. Allereerst redenen om niet te gaan: 1. Bergen Tijdens de overtocht per boot van Hirtshals in Noord-Denemarken naar
Kristiansand in Noorwegen worden we aangesproken door landgenoten. Ze zien
aan onze outfit dat we fietsplannen hebben. “Daar ga je toch niet fietsen?
Zou je dat wel doen? Het gaat allemaal omhoog!”. 2. Duur! Noorwegen is een rijk land. De eigen bevolking merkt niets van de hoge prijzen. Een bezoeker wel. Met name de alcohol is schreeuwend duur. Veel toeristen lossen dit op door de achterbak vol te laden met proviand en eigen drank. Een fietser kan zich dat niet permitteren. 3. Tunnels: jakkie! “Zorg wel dat je achterlicht goed schijnt”, klinkt het bezorgd als ik vertel dat ik door Vikingland ga fietsen. En met enige ironie: “neem een gasmasker mee!”. Het land is vergeven van de tunnels. Vaak onverlicht, akelig lang, met bochten erin, waardoor het verlossende einde lang uit zicht blijft. Als een tegemoetkomende of inhalende auto dan ook nog zijn claxon gebruikt denk je dat het einde der tijden nabij is. 4. Muggen Bij stilstaand water vormen deze insecten een regelrechte plaag. Ze lekken je prik voordat je er erg in hebt. Het grootste drama vormen nog de nachten die daarop volgen: de jeuk! Je krabt je – tegen beter weten in – wezenloos. En een goede nachtrust is essentieel, weet elke fietser. 5. Regen Klopt, het regent er vaak. Noorwegen is het meest regenachtige land van Europa. In de stad Bergen regent het 270 dagen per jaar. Regen is de pest voor een fietser. Je ziet minder, je kleding wordt – zelfs met de meest supersonische Goretex – zeikenat, het fietsen, i.c. het afdalen wordt gevaarlijk, en last but not least: je humeur gaat er onder lijden. Elke fietser snakt dan naar dat opkikkerend zonnestraaltje, prikkend door een grijs wolkendek. 6. Noren zijn nors 1 Opening van de vierde scene uit de tweede acte van de Peer Gynt suite van Noorse componist Edward Grieg Van Scandinaviërs in het algemeen wordt gezegd dat ze niet toegankelijk, stug en vaak nors zijn. Als vergoeilijkende verklaring geven wij dan vaak als reden het klimaat: regen en lange donkere periodes in de winter, of het landschap: je komt er soms geen hond tegen. Geen wonder! Als reiziger of fietser in het bijzonder kan dat hinderlijk zijn. Tenzij je als kluizenaar richting Noordkaap wilt gaan. Sociale contacten met de lokale bevolking vormen de smeerolie van de kennismaking met een land. Zonder dat blijf je een vreemdeling. Dan nu de redenen om wel te gaan: 1. Bergen Bergen zijn de superieure uiting van de natuur, waarin duidelijk gemaakt wordt dat de mens maar een nietig schepsel is. Als fietser die confrontatie aangaan, is voor mij de ultieme uitdaging. Noorwegen biedt je die gelegenheid volop. De berglandschap is woest, ruig en ongerept. Nergens wordt de schoonheid verstoord door commerciële uitbaterij, of hordes toeristen. Je waant je geregeld in een oertijd, die tot in de eeuwigheid zo zal blijven bestaan. In plaats van meelij van voorbijtuffende autotoeristen, voel ik meelij met hen. Zij voelen en ruiken namelijk niet wat ik meemaak: de sensatie om één te zijn met dit overweldigende brok natuurverschijnselen. 2. Duur? Ervaren vakantiefietsers verstaan de kunst van het ‘low budget’ reizen.
Campings zijn betaalbaar en doen qua prijs niet onder voor de rest van
Europa. Idem dito: de overtochten per boot over de diverse fjorden. Als
fietser krijg je een speciale antenne voor de leeftocht die betaalbaar is:
garnalen bijvoorbeeld, of bepaalde koolsoorten. En krachtvoer als pasta is
sowieso niet duur. 3. Tunnels: grijp je kans! Tunnels horen bij bergen, zoals regen hoort bij zonneschijn. Tunnels, dat
zijn de piercings van het landschap, waar de trollen in kunnen huizen. 4. Muggen Ja, niet leuk, maar alles went. Goed preventief insmeren kan werken. En je tent tijdig dichtritsen. Schrale troost van die ‘keer-op-keer-opengekrabde’ muggebeten is wel dat je een soort bolletjes-benen krijgt. In plaats van een bolletjestrui! 5. Regen Het klinkt misschien als een flauw cliché, maar als het veel regent, ga je juist de momenten van mooi weer extra waarderen. Alle ellende is dan vergeten, en vol goede moed trek je verder door een extra fris ruikend landschap. Bovendien waaien de meeste buien vanzelf over. 6. Noren zijn Noors Dat Noren nors zijn is grote onzin. Onderweg ontmoeten wij grotendeels goedlachse en hoffelijke mensen. Niks hufterigheid of omhooggestoken middelvinger. Met een wijde boog en al terugschakelend passeren auto’s ons. Er zijn natuurlijk – zoals altijd – ook uitzonderingen op deze regel. Met name in Oslo worden we geconfronteerd met knorrigheid en onpersoonlijk gedrag. Maar dat ligt volgens mij meer aan de cultuur van de grote stad. Eigenlijk moet je als fietser ook niet aan city-trips doen, vind ik. De kerncompetentie van Noorwegen ligt in de natuur, en die is helemaal gratis. Samenvattend: ik ga beslist nog een keer. Het land is te groot om in één keer goed te leren kennen. Marc Peeters |