Kristien Hemmerechts: schrijfster van beroep maakt exotische fietsreizen
“Je zadel is een eretribune, de straat het podium voor het spektakel”
(uit: V: Notities bij een reis naar Vietnam)
Kristien Hemmerechts, wie kent haar niet?
Zij debuteerde in 1986 als schrijfster van fictie met drie Engelstalige
verhalen in de bundel First fictions, Introduction 9. Haar eerste novelle
was Een zuil van zout uit 1987, waarvoor zij meteen de Prijs van de
provincie Brabant ontving. In 1990 kreeg zij de Vlaamse driejaarlijkse
Staatsprijs voor proza. Vanuit Nederland volgden in 1993 een nominatie voor
de AKO Literatuurprijs voor Kerst en andere liefdesverhalen en de eerste
Frans Kellendonkprijs voor haar gehele oeuvre. In 1998 verscheen Taal zonder
mij, een autobiografisch essay over Hemmerechts' in 1997 overleden
echtgenoot, de bekende Vlaamse dichter Herman de Coninck. In 2007 werd zij
genomineerd voor de Anna Bijnsprijs voor De waar gebeurde geschiedenis van
Victor en Clara Rooze (bron: Wikipedia).
Kristien Hemmerechts (1955) is een BV (Bekende Vlaming), die ineens ook
blijkt te fietsen.
En niet zomaar fietsen - neen, fietsen in vreemde verre landen. Hemmerechts
kan haar ware oorspronkelijke aard niet verloochenen, en ze schrijft er dus
ook over.
Zie het reisverslag V, notities bij een reis naar Vietnam, gepubliceerd in
2004 bij uitgeverij Atlas. In het Reizen-katern van de Volkskrant verscheen
van haar hand “Woestijnstof op de pedalen” (d.d. 2 februari 2008) over
fietsen door Ethiopië.
Voor de redactie van Wereldfietser/Vakantiefietser voldoende aanleiding om
bij haar te peilen hoe het is om als pur sang schrijfster je inspiratie van
de fiets te halen.
Een gesprek aan de keukentafel, over het typische van de tandem, over de
grenzen van het aangename, over schrijven op de fiets, en … de durf om af te
wijken.
NB. Kort voor dit interview wordt bekend gemaakt dat Kristien Hemmerechts
de nobele taak op zich heeft genomen om de tekst van het Groot Dictee der
Nederlandse Taal te componeren en voor te dragen. Het laatste schijnt haar
nog het zwaarst te vallen. Wij hebben in ieder geval afgesproken om in dit
interview geen struikelwoorden uit het fietsjargon te gebruiken.
WERELDFIETSER: Veel leden van onze verenging zijn hartstochtelijk
fietser. Sommigen daarvan hebben besloten er af en toe over te schrijven.
Kan men stellen dat het bij u andersom is gegaan?
Kristien Hemmerechts: Het is ooit begonnen, omdat ik Bart [Bart
Castelein, de levenspartner van KH, WF] heb leren kennen. Die was al
driemaal een jaar met de fiets op reis geweest. Wilden wij samen op vakantie
dan was het duidelijk dat daar een fiets bij moest. Een strandvakantie zou
ook voor hem niks zijn.
WERELDFIETSER: Niet zomaar een fiets, klaarblijkelijk…
Hemmerechts: Klopt, we zijn heel snel uitgekomen bij de tandem. Bart is
veel jonger, en beter getraind. Als we afzonderlijk zouden fietsen zou hij
altijd moeten wachten. Een situatie die toch meer voorkomt, denk ik. Vreemd
dat er dan niet meer voor deze formule gekozen wordt.
Mensen dachten dat ik dit deed om Bart een plezier te doen. We zijn echter
allebei grote pleitbezorgers geworden van het reizen per tandem. Ideale
formule voor als je zit met fietsers van ongelijke kracht. Je kunt het
vergelijken met samen een verre zeiltocht maken. Echt samen.
WERELDFIETSER: In uw Vietnam-reisboek noemt u de tandem de perfecte
metafoor voor de perfecte relatie.
Hemmerechts: Veel mensen denken ook dat als je achter zit dat je dan
helemaal niets ziet. Vindt men vreemd. Het is niet waar dat je alleen maar
de rug van de voorganger ziet.
Als je in je hart onafhankelijk bent, dan maak je daar geen punt van.
Eigenlijk is het een voordeel dat je rond kunt kijken, zeker als het wegdek
slecht is. De voorganger moet dan geconcentreerder zijn.
WERELDFIETSER: U zegt ook ergens “begin er niet aan, als je niet van
elkaars lichaam houdt…”
Hemmerechts: Ik denk echt dat het een nachtmerrie is als je op zo’n
tandem zit, en je kunt het niet goed kunt met elkaar vinden. Wij vormen nu
ook een geoliede machines, met routines en taakverdeling.
WERELDFIETSER: Waar bent u zoal geweest?
Hemmerechts (denkt hardop) De eerste keer, in 2000 denk ik, naar Cuba.
Daarna Madagaskar, en vervolgens Senegal, Guinee Bissau, Gambia. Vietnam,
Cambodja, Laos, Ethiopië. Over de meeste heb ik geschreven. Vietnam was een
langer verhaal.
WERELDFIETSER: U heeft het fietsen niet eerder ontdekt?
Hemmerechts: Ja, ik heb veel eerder gereisd [zie o.a. haar boek
Amsterdam Retour, WF]. Maar ik had niet zulke goede ervaringen met fietsen.
Gingen we ooit naar Nederland, met een veel te lichte fiets, met die drie
versnellinkjes. Enorm zwoegen (lacht).
Nu fietsen we met een ATB-model, met drie plateaus [voorbladen, WF] voor en
negen achter.
WERELDFIETSER: In uw reportage voor de Volkskrant noemt u Ethiopië
geen fietsland. Betekent dat, dat deze trip een vergissing was?
Hemmerechts: Nee, neen, dat is geen boutade. Het is absoluut niet
onaangenaam, want er is haast geen verkeer. Op een bepaald moment stonden we
voor de keuze om rechtdoor over de grote asfaltweg naar Kenia te gaan. Maar
wij vinden het toch prettiger en iets avontuurlijks om van de gangbare wegen
af te wijken.
In Ethiopië hebben we echter de grenzen van ons tandem-rijden ontdekt. De
wegen zijn er zo slecht. We kregen keer op keer een lekke band. Ik vroeg me
af: “Zijn we behekst, of hoe zit dat hier?”.
WERELDFIETSER: Wat was er dan aan de hand?
Hemmerechts: Vlakbij de velg: was niet meer te plakken, de velg was
oververhit geraakt. Uiteindelijk ging die ook scheuren, en moest vervangen
worden. Hoe lang je dan moet wachten voor een auto voorbij komt (zuchtend).
Door het oog van de naald.
Bovendien, in zand kunnen wij totaal niet rijden. En in Ethiopië: heel veel
keien, ongelooflijk. Honderd tachtig kilometer, we dachten op een gegeven
moment, dit moeten we dan lopen.
We hebben daar ongelooflijk veel geluk gehad, met hulp die we kregen.
WERELDFIETSER: Welke conclusie trekt u hieruit?
Hemmerechts: Ik word 53, Bart 42, ik denk zoetjesaan, we moeten het iets
voorzichtiger gaan doen. Anders gaan de Goden zeggen: ja maar Hemmerechts…
(lacht).
WERELDFIETSER: Waarom niet eens naar Toscane?
Hemmerechts: Och, daar heb je ook flinke heuvels. Het belangrijkste als
je ergens naar toe wilt is dat je weet dat er mensen leven. Die moeten ook
overnachten, en moeten ook eten.
Je vertrekt en je weet niet goed wat er gaat gebeuren. Soms moeilijk, zwaar,
tegenslagen. Maar ook schitterende dingen, ontmoetingen, mensen waar je kunt
komen logeren.
Heeft ook alles te maken dat Bart vanwege zijn werk in de zomer niet weg
kan.
WERELDFIETSER: Hoe werkt u als schrijfster op de fiets. Hanteert u
speciale methodes?
Hemmerechts: Het is geen andere manier van schrijven, maar een andere
manier van reizen. Het is hetzelfde als je een boek leest. Als je over dat
boek wilt schrijven, dan lees je anders. Dus je moet tijdens het fietsen,
zoals overal voor mij, altijd alert zijn voor zaken die je kunt gebruiken
WERELDFIETSER: Hoe doet u dat?
Hemmerechts: Ik maak heel veel notities. Ik lees ook veel, ik spoor
Engelse kranten op. Ik verdiep me in de politiek en de cultuur van het land.
Ik heb veel boeken bij me, want ’s avonds is daar ook niets te doen.
Waaronder ook Frank van Rijn’s “De zuilen van Axum” . Voor de rest hebben
wij heel weinig bij ons – behalve al het gereedschap uiteraard.
Belangrijk is voortdurend goed kijken, goed luisteren. Met mensen proberen
te praten. Daardoor ben je toch aan het werk.
Tijdens fietsen, denk ik ook over dingen na. Ik ga op zoek naar kapstokken,
thema’s als de Middeleeuwse omstandigheden, de rijkdom. Soms gooi ik
aantekeningen ook weg, waardeloos!
Probleem is dat als ik hier ben, ik me heel moeilijk kan verplaatsen. Ik zal
heel veel daar moeten noteren.
Soms denk ik wel, zou ik nu eens op vakantie kunnen gaan zonder te hoeven
nadenken, wat ik hiermee wil gaan doen als schrijfster.
Maar omdat ik er over moet schrijven, ben ik gedwongen om mij te verdiepen
in de geschiedenis, de politieke en culturele spanningen.
WERELDFIETSER: Zorgt het fietsen bij u voor speciale literatuur?
Hemmerechts: (denkt even na, dan uitgesproken) Alles leent zich voor
literatuur.
Dat kan dus ook in een saai hotelletje in Cadzand, met drie weken slecht
weer. Of in een gevangenis.
Zelfs als het materiaal er is, moet je nog bedenken welke selectie maak je,
welke interpretatie. Het zijn ook geen hapklare brokken.
WERELDFIETSER: Welke tips zou u onze fiets-schrijvers-in-spé willen
meegeven?
Hemmerechts: Op het risico dat men denkt wat een arrogante vrouw. Je
moet durven, echt kijken, echt luisteren. Veel mensen noemen Angkor Wat [het
tempelcomplex in Cambodja, WF] een wereldwonder omdat het zo in de
reisgidsen staat, men wordt geacht dat te denken. Plichtmatig. “En we waren
zo ontroerd” (spreekt met pathos).
Het wordt altijd zo opgeklopt. “Awesome”. Wat ik dus niet snap (zucht), het
moet altijd een unieke ervaring zijn.
Teveel reisliteratuur is kabbelend en babbelend, en staat bol van de cliches.
Er is een enorme druk vanuit de reisbranche om alles fantastisch te vinden.
Durf daar eens van af te wijken, schrijf op wat iets echt voor je betekent.
Denk voorbij de toeristische brochures.
WERELDFIETSER: Mag ik nog eén thema aansnijden?
Hemmerechts: Vooruit, nog eentje dan.
WERELDFIETSER: Een biograaf heeft onlangs uit uw omvangrijke oeuvre
afgeleid dat er drie stereotiepe personages in uw werk domineren. De
buitenstaander, de persoon die het van afstand beschouwt. Ten tweede, de
patient, het slachtoffer. En ten derde, de tweeling, de dubbelpersoon. Zijn
dit soort karakters ook herkenbaar in uw fietsverslagen?
Hemmerechts (Geamuseerd) O, dat is een leuke vraag!
Nou zeker de buitenstaander. Als fietser ben je de reiziger. Dat is een heel
interessant perspectief, want je kijkt veel. Al interpreteer je vaak anders,
omdat je geen taalgemeenschap hebt. Hoe vaak wij als toerist vaak de bal
compleet misslaan. Dat vind ik vaak de uitdaging, om die puzzel die een
vreemde cultuur is, om die te ontcijferen.
De patient, nee die toch niet. Ook niet als slachtoffer van fietstegenslag.
Want ik ben ongelooflijk oplossinggericht. Daarin ga ik sneller dan Bart.
De tweeling: dat klopt ja, op de tandem. Je bent ongelooflijk close.
WERELDFIETSER: Mag ik tot slot een foto maken met u bij deze imposante
boekenkast?
Hemmerechts Jazeker. Ik heb ook nog mooie digitale foto’s over Birma.
Zal ik die toesturen?
WERELDFIETSER: Graag. Dank u wel, ook voor dit gesprek. |