Klimmen als passie
Interview met Daniel Gobert, voorzitter van B.I.G. (Brevet International du Grimpeur)


Tekst en foto’s: Marc Peeters en André Ramault

Wie fietste nooit op een weg omhoog? Voor velen is klimmen een noodzakelijk kwaad, omrijden duurt nog langer. Anderen zoeken de bergen op: geen berg, geen fun! Is het masochisme? Eerbetoon aan Moeder Natuur? Of gewoon een uitdaging? Wiskundeleraar Daniel Gobert uit Belgrade (Namen) is van dit laatste slag. Wars van commerciële belangen stampte deze idealist pur sang een klimvereniging uit de grond. Een kennismaking.

Vanwaar uw belangstelling voor cols en klimgegevens?
Het is een passie, een gedrevenheid. Als vierjarige al plakte ik met losse letters de namen van toenmalige tourvedetten op een blad: ‘Anquetil’, ‘Poulidor, ‘Bahamontes’,... Als teenager was ik fan van Lucien Van Impe. Was er een bergetappe dan hing het transistortje aan mijn oor. ‘Wie haalt als eerste de top, waar blijft Lucien Van Impe?’ Met mijn eerste echte fiets wilde ik deze cols zelf beklimmen. Zodra er geklommen wordt voel ik me in mijn element. Jaarlijks fiets ik zo’n 7.000 km en registreer ruim 70.000 hoogtemeters, ik klim dus nogal wat.
Mijn meeste vrije tijd ging naar de uitbouw van de vereniging en het immense zoekwerk naar klimgegevens: wegdek, afstand, hoogte en hoogteverschillen, gemiddelde-, kleinste- en grootste stijging,… Mijn passie blijft een hobby. Als leraar heb ik twee maanden zomervakantie, maar het opzoekwerk begon vooral na de schooluren.

Je publiceerde de kanjer ‘Encyclopedie Cotacol’. Is deze nog verkrijgbaar?
Dit dikke naslagwerk bevat de gedetailleerde gegevens van 1.000 Belgische hellingen. Het is een hebbeding, een leidraad voor inrichters van wielerwedstrijden. De oplage, 3.000 ex. in het Frans en 5.000 ex. in het Nederlands, is uitverkocht. Op onze website verschijnen geregeld updates van de Cotacol. Ik kan/wil nog meer publiceren, maar een 50-jarige vader van vijf kinderen moet keuzes maken in het leven.

Wanneer en hoe ontstond het idee van internationale klimbevretten?
Ik was lid van de Franse ‘Club des Cents Cols’. Deze lijst bevat alleen geclassificeerde cols, maar ook Alpe d’Huez, de Cauberg, de Koppenberg of La Redoute vond ik interessant. Ik selecteerde niet alleen naar zwaarte van de klim, maar ook naar toeristische, landschappelijke of culturele waarde; v.b. de Meteoren in Griekenland, de Noordkaap, de Ierse kliffen van Moher of het Rila Klooster in Bulgarije. Het selectiewerk en het veldonderzoek deed ik aanvankelijk in mijn eentje. Verder zocht ik buitenlandse medewerkers die in hun regio aan de slag gingen.

Hoe vond je gemotiveerde medewerkers?
Het was van niets beginnen, echt pionierswerk. Ik zocht in kranten en magazines naar mensen met het geschikte profiel. Het duurde tien jaar vooraleer ik vijftig geschikte buitenlandse correspondenten had. Soms hielp het toeval. Ik contacteerde een Spaanse student/wielertoerist die in Namen studeerde. Na zijn terugkeer hadden we vlug 20 Spaanse leden.

Hoe testte je de betrouwbaarheid van binnenkomend cijfermateriaal?
Dat was een lastige zaak. Belangrijker was mensen te vinden die van aanpakken weten, zelf veel fietsten en hun regio voldoende kenden. Na een indringend gesprek wist ik of iemand geschikt was. Tot bewijs van het tegendeel vertrouwde ik hun gegevens. Dank zij het internet en het groeiend aantal controleurs is de huidige aanpak efficiënter. Nu kunnen we garanderen dat de gegevens van zowat 600 van alle BIG’s zeer nauwkeurig zijn; zo’n 300 BIG’s vragen verdere controle.

In de lijst kunnen naar eigen keuze ook 50 beklimmingen buiten Europa opgenomen worden. Waarom?
Ja, dat deden we bewust. Nieuw Zeeland, Japan, Zuid-Amerika, ook daar zijn goede klimmogelijkheden. De verhalen uit exotische gebieden plaatsen we graag in ons jaarmagazine ‘BIG-review’.

Hoe vond je correspondenten in Oost-Europese landen?
Mijn eerste Oost-Europese correspondent was een Tsjech. In de beginjaren van het internet vond ik via een zoekmachine zijn beschrijving van klimtochten. Het klikte tussen ons en we werkten goed samen. Hij bracht mij in contact met een Slowaak en die kende op zijn beurt een Pool. Zo begon de steen te rollen en vond ik regio per regio correspondenten. 

Hoe correspondeer je met buitenlandse medewerkers?
Aanvankelijk schriftelijk, het heeft mij honderden postzegels gekost. Het noteren en actueel houden van gegevens was een gigantisch werk. Nu is er e-mailcontact, terwijl de PC het verwerken van gegevens aanzienlijk vergemakkelijkt. De eerst tien jaar waren het moeilijkst, omdat ik er bijna alleen voor stond. Nu is de vereniging beter gestructureerd, veel taken zijn toevertrouwd aan jonge, technisch goed onderlegde medewerkers en het aantal buitenlandse medewerkers groeit.
We hebben een prachtig gerenoveerde website www.challenge-big.eu/. Nu is interactieve communicatie mogelijk, leden kunnen foto’s uploaden en bezoekers kunnen de nieuwsbrieven in 10 talen downloaden. Ook de uitreiking van brevetten en het bijhouden van de uitrusting (truien, broeken, sokken) vertrouw ik aan anderen toe.

Hoe kan een lid de brevetten of diploma’s bekomen?
Via de website kan men jaarlijks doorgeven welke BIG’s beklommen zijn. We sturen diploma’s op na het behalen van respectievelijk BIG1 (10 stuks), BIG2 (60), BIG3 (90), BIG4 (120), BIG5 (164), BIG 6 (240), BIG7 (300), enz. Wanneer men van een zone of gebied alle BIG’s heeft gedaan dan ontvangt men een oorkonde. 

Volstaat de ledenbijdrage voor de werking van de vereniging?
De ledenbijdrage (10 €) volstaat voor het drukken en verzenden van het jaarmagazine ‘BIG-review’. Leden ontvangen vier digitale nieuwsbrieven. Daarnaast organiseren we binnen- en buitenlandse crossritten. Zonder subsidie of sponsorgeld steunt de werking op vrijwilligerswerk. Pas sedert 2006 beheert een penningmeester de schaarse financiën. Promotiemiddelen hebben we niet, we geven geen proefnummers weg en ook geen BIG-clubtruien. Ex-tourrenner Kurt Van De Wouwer aanvaardde het ledennummer 500 en Michael Boogerd werd lid nr. 1.000. Met zulke leden krijgt een club naambekendheid. Wij kozen speciaal hen, omdat ze boven dopingverdenking staan.

Waarom ‘B.I.G.’ als naam voor de vereniging?
Ik zocht een naam die bekend is in veel talen. Het Engelse woord ‘BIG’ is dat. BIG staat voor groot, belangrijk.
Jij bent dus ‘Mister BIG’? Euh…, euh…, ik ben maar een kleine man, nauwelijks 1,70 meter groot.

Zijn er ledenvergaderingen?
Sinds drie jaar komen we jaarlijks samen, voorheen was dat onregelmatig. In 2006 vergaderden we met veel media-aandacht in Italië. Van de bijeenkomst in Zwitserland in 2007 verscheen een verslag in Cycle Magazine. Op 25/26 april 2008 vergaderden we in Vlaanderen (Oudenaarde/Kemmel). Er waren 4 Spanjaarden, 4 Italianen, een Brit, een Fransman, een Let en natuurlijk Belgen en Nederlanders. De zaterdag fietsten we zes BIG-hellingen uit de Ronde van Vlaanderen en de zondag vier hellingen uit Gent-Wevelgem.

Graag nog een leuke anekdote…
Enkele jaren terug fietste ons eerste Roemeens lid Claudiu Moga met ons een Alpencircuit, en dit op een schamele tweedehandsfiets. Bij de afdaling van de Col de l’Iseran (2770 m) begaven zijn remmen het en hij remde met zijn schoenen op de grond. Beneden aangekomen had hij geen zolen meer aan zijn schoenen. Met een paar strandslippers beklom hij daarna de andere cols. Deze man had slechts enkele kledingstukken bij zich en sliep doorgaans in de vrije natuur. De fietstocht met ons was de gebeurtenis van zijn leven. Hij zoekt nog steeds een fietssponsor.

De toekomst van de vereniging lijkt verzekerd?
Dank zij de jonge actieve medewerkers is er nu een gezonde structuur. De vereniging groeit, alleen al in de eerste vier maanden van 2008 meldden zich 400 nieuwe leden; nu tellen we ruim 1.000 leden. Dit jaar boekten we ook 30 nieuwe Ierse leden. Ik wist niet eens dat zoveel Ieren fietsen, tot ik hoorde van de populaire ‘Wicklow Mountains Tour’ ten zuiden van Dublin.
De toekomst van de vereniging oogt inderdaad rooskleurig. Alleen maak ik me zorgen om de grote groei in een zo korte tijd. Het gevaar is niet denkbeeldig dat mensen door dit succes de commerciële toer op willen gaan.

 

Een ritje door de achtertuin van de voorzitter


Voorzitter Daniel Gobert van BIG komt ons op Pinksterzondag met de fiets ophalen in de Naamse jeugdherberg. We beklimmen de Citadel van Namen, het visitekaartje van de Waalse hoofdstad. Op de top hebben we een prachtig zicht op de Maasvallei en zoeven via de achterkant naar beneden.
In Malonne trekt de traditionele St-Berthuin-processie zich juist op gang, voorafgegaan door kleurrijke muziekkorpsen. Dit gebruik gaat terug tot 1200. In de zevende eeuw stichtte de Engelse monnik Berthuin hier een abdij. Wallonië koestert zijn tradities!
Via de Naamse voorgemeente Flawinne gaat het naar Belgrade, waar ten huize van Daniel het interview plaatsvindt. Daarna wil Daniel ons laten kennismaken met zijn favoriete BIG, de Triple Mur Monty, de zwaarste helling in de omgeving.
Hoog boven de Sambervallei komt de abdij van Floreffe in zicht. Door een mensenzee moeten we ons een weg banen door de straten van Floreffe, waar de Grande Brocante (rommelmarkt) met 700 exposanten doorgaat.
Volgens de ‘Encyclopedie Cotacol’ van Daniel leidt de lange gestage klim door het bos van Marlagne naar een kapel die herinnert aan het ‘Wonder van St.-Hubert’. Volgens de legende wilde een jongeman op Goede Vrijdag van het jaar 683 een hert doden, tot plots een lichtend kruis in het hertengewei verscheen. St-Hubert werd de patroonheilige van de jagers.
We dalen af naar de Maas, een herkenbare baken in het groene Ardense landschap. Vlakbij Profondeville slaan we af voor het ‘orgelpunt’ van onze verkenning, de beklimming van BIG nummer 120. De Triple Mur Monty doet zijn naam eer aan. Voor ons verrijzen drie stukjes ‘muur’. Helaas voor André moeten we deze ski-schansen beklimmen, niet afdalen!
Zoals het hoort is Daniel als primus inter pares het eerst boven. Puur op wilskracht hijst Marc zich naar boven. ‘Klimmen een passie’, hield Daniel ons daareven voor! Voor ons is het lijden! De zwaarste strook stijgt 25% weet Daniel. Na Marc komt André lopend boven, zijn 8-versnellingsplooifiets aan de hand. Boven in Lustin is het kermis, zoals in nog meer streekdorpjes. Na de Triple Mur is het tijd voor een Triple Trappist. Ook dat is België en bierexpert André geeft gul advies.
Even daarvoor hadden we afscheid genomen van gids Daniel. Het is Moederdag en ook een hartstochtelijke bergfietser moet concessies doen aan het gezinsbelang.