Paniek in de tent


27 december 16.45
Charly houdt van soezen. Ver weg in dromenland waar het wemelt van vogeltjes en muizen. Hij lijkt ermee te koketteren. In het zicht van Marc vleit hij zich neer in de meest bevallige houding of bocht die hij zich maar wensen kan. Het kopje af en toe omhoogstekend, als een omgevingsgeluid hem onwelgevallig is. Om daarna weer stoïcijns zijn oude positie in te nemen.
Totdat er buiten een keukenmeid gillend afgaat. Als door een wesp gestoken schiet zijn lichaam strak in de houding, de oren als periscopen in de lucht. Ogen zo groot als sneeuwballen, de staart zo dik als een tochtworst.
“Loos alarm Carlos”, zegt Marc. Charly kijkt hem aan, zich schijnbaar afvragend of dat bericht wel voor hem is bestemd.
Prompt buigt hij zich weer in de oude bocht, en knort door.

 

31december 12.00
“Klootzakken”, moppert Marc, “daar gaat al het zakgeld dus naar toe.” Hij kijkt uit het raam, “en zich niet eens aan de afspraken houden.” Charly zoekt dekking onder de salontafel. Hij krijgt een aai van de baas. “Gaat wel over jongen.”



31december 23.00
Charly heeft zijn schuilplek af opgezocht. Een theemuts weggemoffeld op de onderste plank van een openstaande klerenkast. Het lycra van de sporttenues zorgt voor een gevoerde kribbe die pais en vree lijkt uit te stralen. Het wit van zijn vacht en het bruin van zijn koevlekken flatteren bij de veelkleurige biesrandjes van de koerstrui. Hier zal de vijand hem niet vinden. Bommenwerpers zoeven al door de lucht. Voorbodes van een onbestemd offensief.



1 januari 00.00
Dan barst het geweld pas echt los. Tussendoor knalt een champagnekurk de lucht in. De hemel wordt verlicht met strepen die de meest felle kleuren bevatten, uitmondend in een paraplu vol kometen. Het zwerk spuugt orgastisch vuur. Het resultaat is een lucht zwart van rook, de maan niet meer zichtbaar. Zeven engelen blazen op even zo vele trompetten. Ze maken zich klaar om hagel vermengd met bloed op de aarde te gooien. Het lijkt op een schildering ontsnapt uit de blender van Pieter Brueghel, Jeroen Bosch en Salvador Dali. Beneden staan de officieren bij het geschut, serieus hun wapengekletter aanschouwend. Aan de overkant van de loopgraven zijn andere milities druk in de weer. Marc ziet het even aan, en draait zich dan hoofdschuddend om. Hij loopt naar boven, en vindt Charly met ogen zo groot als granaatappels, die hem vervreemd aanstaren. Zo kijkt iemand dus die het dak van de hemel hoort scheuren, en wacht op de Götterdämmerung.

 

1 januari 10.15
De ochtendkoude is doortrokken met kruitdampen. Sneeuwvlokken dwarrelen als confetti neer op straat. Charly heeft zijn meditatieve positie voor het raam weer ingenomen. Jaloersmakende tevredenheid, domweg gelukkig. Zijn staart dartelt als die van een jong veulen in de wei.
Buiten waggelt een jongen voorbij met een witte vlag. “Alles vergeven en vergeten”, zegt Marc.

 

Marc Peeters
Februari 2017