Saudade

Met weemoed fietsen door de Algarve

 

Intro

Ik heb vele vrienden (deels fietsers) die dwepen met Portugal. Gevraagd naar de redenen noemt men vaak wat onbestemde noties over het land, het volk en de cultuur. Het is kennelijk net als bij elke liefde, echt gemakkelijk onder woorden te brengen is het niet.

Met een fietstrip door de Algarve, het zuidelijke deel van het land, krijg ik de kans de aanbidding van de Portugal-adept te doorgronden. Door dichter bij de geliefde te komen leer je de liefhebber immers beter kennen.

 

Acrobaten

Algarve, is dat niet de plek van het massale zontoerisme? Waar je struikelt over de roodverbrande koppen met dikke buiken. Pensionado’s die een balletje slaan op de talrijke golflinks. Overwinteraars die zich doodvervelen op de boulevards, en derhalve zelden een lach vertonen? Ik merk er niets van. Maar wij bevinden ons dan ook in het achterland, ver weg van de drukte, op het traject van de Via Algarviana. Een ‘off the road’-route, aan elkaar geplakte delen in de sporen van bijenimkers, (bos)brandweerlieden, en lokale boeren. Zij echter alle gemotoriseerd. Wij zijn aangewezen op de spierkracht van onze benen, en op behendigheid - niet te vergeten! Weggetjes met een Keutenbergse steilte. Fikse afdalingen naar een kabbelend riviertje, zonder schroom daar doorheen stuiven, gevolgd door een even bruusk steile klim. Vele stroken zijn vergeven van de keien, van verschillende aard. Allicht interessant voor geologen en/of acrobaten op de fiets, wij hebben echter alle energie en aandacht nodig om niet van de tweewieler te duikelen.

 

Levensgevoel

Volgens mijn reisgidsje wordt het Portugese levensgevoel aangeduid met saudade. Het wordt omschreven als het bitterzoete liefdesgevoel dat ontstaat door verwijdering van de (of het) geliefde in ruimte of tijd en waarvan weemoedige, maar zoete en fijngevoelige overdenkingen het gevolg zijn.

Ik peddel gedachteloos over autoluwe wegen tussen glooiende heuvels met olijfbomen en kurkeiken. De economie van Portugal drijft op kurk. De bomen zijn herkenbaar gemarkeerd met cijfers, die corresponderen met het jaar van de laatste schorsverwijdering.

De geringe omvang van het autoverkeer is een verademing. Naar verluidt is dat het gevolg van de crisis. De fietser plukt de vruchten van de economische stilstand.

Een fietsvriend, tevens Portugal-adept, had mij voor vertrek getipt: “Let op de wielewaal. Zie en hoor je niet in Nederland“.

Het is hier een vogelparadijs. In Sagres is zelfs een jaarlijks ‘bird watching’ festival. Het wemelt van de ooievaarsnesten, vaak strategisch centraal hoog boven ons uit torenend in de stadjes. Een tikkeltje hooghartig, als het ware wakend over de bevolking.

Silves is een prachtig plaatsje, dat stamt uit de Moorse tijd toen het fungeerde als belangrijk handelscentrum. De dominante burcht is de grote trekpleister. Café Ingles op de Praça Municipal is een must om te bezoeken. Op een rijk belommerd terras kun je in het weekend luisteren naar live muziekoptredens.

“Crisis, what crisis?”, denken ze hier ook. In het café wordt naar hartenlust de vinho verde geschonken en gedronken.

 

Agostinho

Portugal en fietsen: in mijn associaties kwam ik tot voor een week niet verder dan Joaquim Agostinho, de oude krijger, ooit tweemaal achtereen op het eindpodium van de Tour de France geëindigd. In het harnas gestorven door een zware val in de Ronde van de Algarve van 1984, na aanrijding met een hond. Malloten duwden hem op de fiets naar de eindstreep. Een lange helse autorit mocht niet baten: in het ziekenhuis werd een schedelbasisfractuur geconstateerd.

Elke hond die mij blaffend achterna holt sis ik toe: “asesino!” (moordenaar). Zeker als hij vervolgens zenuwachtig begint te kwispelen ben ik geneigd af te stappen voor een acute arrestatie.

Agostinho is nog steeds immens populair, zo merk ik onderweg geregeld. Zeker in vergelijking bijvoorbeeld tot megavedette Christiano Ronaldo. Weemoed versus kapsones.

 

Jacaranda

“Bom dia”. Drie oude vrouwtjes op een bankje gezeten onder een vijgenboom groeten mij minzaam.

Ik zoef door het landschap. Met woorden probeer ik het beeld stil te zetten, als in een schilderij. Imposante heuvelforten, pittoreske witte dorpjes, nauwe straatjes, vestingstadjes met monumentale kerken. Met mozaïeksteentjes belegde pleinen verrassen me keer op keer. Jacarandabomen in volle bloei geven het schilderij een prachtige fiere blauwpaarse kleur.

’s Avonds met een glas Dao-wijn in de hand kijk ik uit over een zonovergoten vallei. Een glinsterende boerentractor rijdt geruisloos langzaam van het land, klaprozen als spikkels in het veld, kwinkelerende vogels, een biddende valk voor mijn neus – een vreemd soort weemoed overvalt me.

 

Slauerhoff

Faro, hoofdstad van de Algarve. Een terras hoog boven de stad. Beneden mij hoor ik ver weg het holle rollende geluid van een airportkoffertje. Zacht geroezemoes op straat. In de verte de aan- en afvliegende toerismemachines van het vliegveld. Dichterbij een ooievaar met een takje in de mond op weg naar haar kroost.

Cristina Branco is een – ook hier te lande - beroemde fadozangeres. Fado verwijst naar het Portugese levenslied. Eén van haar Cd’s bevat gezongen vertalingen van het werk van de Nederlandse dichter, schrijver en ook scheepsarts Jan Jacob Slauerhoff. Alsof ze daarmee de verwantschap van twee vergane zeevaardernaties wil bezegelen. Cristina Branco canta Slauerhoff.

 “Saudade” luidt het één-na-laatste nummer van deze CD.

De originele tekst begint als volgt:

Ik heb zooveel herinneringen,
Als blaadren ritslen aan de boomen,
Als rieten ruischen bij de stroomen,
Als vogels het azuur inzingen,
Als lied, geruisch en ritselingen:
Zooveel en vormloozer dan droomen.

 

Ja, ik begrijp het nu – althans, een beetje. Een ideaal land om stil te staan, om te mijmeren, op de fiets.

                      

 

Praktisch

 

De Via Algarviana (GR13) loopt diagonaal van rechtsboven naar linksonder door de Algarve van Alcoutim, aan de Spaanse grens, tot aan Cabo de São Vicente, het uiterste zuidwestelijke puntje van het Europese vasteland. De lengte bedraagt ongeveer 300 kilometer. Het pad is oorspronkelijk bedoeld voor wandelaars. Grote stukken zijn berijdbaar met een ATB, enkele passages zal zelfs de grootste krachtpatser te voet af moeten leggen.

Een fiets is te huren bij MegaSport. De zwaarste stukken zitten in het oostelijk deel en rond de Serra de Monchique. In deze Serra ligt ook het hoogste punt van de Algarve: de Monte Foia (902 meter), een mooie klim, goed te doen. Toegankelijker zijn de pistes in het westelijk deel. Onderweg zagen we tractoren bezig met het aanstampen en egaliseren van de route. Op weg naar Sagres kun je nog een stuk van de Ecovia doen. Een pretentieus – helaas wat verwaarloosd - project om het fietsen in de Algarve te integreren in een internationaal wegennetwerk. Vergeet in Sagres niet om het fort te bezoeken, aangelegd door Hendrik de Zeevaarder in de 15e eeuw.

Mei 2011